Snel naar
Inhoud

Gerookte ossenworst

Hollands erfgoed

Ossenworst is een écht Nederlands product, of eigenlijk een écht Amsterdams product met een Joods tintje. Al in ‘De Volmaakte Hollandsche Keukenmeid’, een kookboek uit 1746, komen we het recept voor ossenworst tegen. Daarna is de worst een tijd in de vergetelheid geraakt. Behalve in Amsterdam, en vanuit de hoofdstad is de worst nu weer het hele land aan het veroveren. Dat is niet verwonderlijk, want ossenworst is puur en heerlijk. Deze wordt gemaakt van vrij mager rundvlees, nootmuskaat of foelie, zout en een heel klein beetje suiker. Ossenworst wordt vervolgens al dan niet langzaam gerookt en blijkt dan een ideale snack voor bij de borrel. Veel mensen vinden wat mosterd erbij lekker, anderen gaan voor de zuivere smaak van dit verder rauwe vlees.

Zoals de ossenstaart niet van de os is (een gecastreerde stier), zo wordt ossenworst niet van ossen gemaakt. Vroeger wel. In de zeventiende eeuw werden er op grote schaal ossen uit Duitsland en zelfs Denemarken geïmporteerd om in Noord-Holland afgemest te worden. Hun magere vlees werd gecombineerd met de specerijen die de Hollanders toen uit Nederlands-Indië haalden. De originele ossenworst is rauw, maar werd gerookt. Dat had alles te maken met het houdbaar maken van de worst in een tijd dat er geen koelkasten waren. Oorspronkelijk zat er een klein beetje varkensvet in de worst, maar de Amsterdamse Joodse gemeenschap liet dat weg om de worst helemaal koosjer te maken. Dat is hij nu nog steeds. En lekker.

Terug


Menu onder