Snel naar
Inhoud

10 tips tijdens het barbecueën

Tip 1: bepaal de volgorde van het vlees

Bereid vlees dat snel klaar is, zoals biefstuk, ribeye of entrecote, als eerste. Als je het gerecht van tevoren ook insmeert met olijfolie plakt het minder snel aan het grillrooster.

 Je kunt uitgaan van de onderstaande volgorde en let hierbij goed op de kleur:

  1. rundvlees (biefstuk): rood/rosé (kern: 40-52°C)
  2. kalfs- en lamsvlees, spiesen: rosé/gaar (kern: 52-65°C)
  3. varkensvlees: roze/gaar (kern: 58-68°C)
  4. kip: helemaal gaar (kern: 68-72°C)
  5. voorgegaarde producten zoals BBQ worstjes, spareribs en kipproducten

 

Tip 2: gebruik geen chemische aanmaakstoffen

Het gebruik van chemische aanmaakvloeistoffen tast de smaak van het vlees aan. Gebruik daarom aanmaakblokjes van geperst hout met paraffine, wokkels of een elektrische aansteker. Maak gebruik van een kolenstarter bij het aansteken van briketten, dat maakt het ook een stuk eenvoudiger.

Tip 3: gebruik een tang om vlees te keren

Gebruik een tang (dus geen vork) om het vlees op het rooster te leggen en om te keren. Zo blijven de vleessappen in het vlees bewaard.

Tip 4: voorkom dat het vlees aanbrandt

Geef het vlees de tijd om gaar te worden en ga niet overhaast te werk. Gaar het vlees langzaam en traag bij een temperatuur tussen de 110 en 150°C. Keer je vlees om de paar minuten bij temperaturen boven de 175°C. Bij gebruik van kruidenrubs moet de temperatuur van de barbecue onder de 175°C blijven.

Tip 5: voorkom vlammen

Vlammen worden het meeste veroorzaakt door druipende vetten en olie in de gloed van de kolen, of als je experimenteert met in sterke dranken geweekt rookhout. Gaar het vlees daarom eerst indirect (niet direct boven de warmtebron) met een lekbak onder het rooster (bijvoorbeeld een aluminium (oven)schaal). Je kunt ook het vet en de olie die tijdens het garen op de buitenkant van het vlees vrijkomen, voorzichtig deppen met keukenpapier. Werk daarnaast zoveel als mogelijk met een gesloten deksel, om zo min mogelijk zuurstof toe te laten.

Tip 6: meten is weten

Om de juiste garing van je gerechten te bepalen, kun je gebruik maken van een vleesthermometer. Kies een thermopen of oventhermometer. Analoge thermometers zijn minder secuur en niet betrouwbaar. Steek voor de kerntemperatuur altijd de punt van de thermometer in het hart van het dikste gedeelte van het vlees. Vraag je Keurslager naar de juiste kerntemperatuur voor het door jou gekochte vlees.

Tip 7: laat vlees rusten

Laat het vlees, als het van de barbecue komt, een paar minuten rusten voor het aansnijden. De vleessappen blijven dan behouden en dit komt de smaak ten goede!

Tip 8: snijd verbrande stukjes weg

Stukjes vlees verbrand? Snijd deze voor het opdienen eraf. Dit is schadelijk voor de gezondheid.

Tip 9: voorkom kruisbesmetting

Leg gegaard vlees nooit op schalen waar eerder rauw vlees op heeft gelegen. Wees vooral voorzichtig met rauwe kip naast andere rauwe stukken vlees en leg vlees en vis niet tegen elkaar. Zo voorkom je kruisbesmetting!

Tip 10: maak de barbecue schoon

Om de volgende keer snel van start te gaan, is het belangrijk de barbecue na gebruik goed schoon te maken. Het rooster maak je schoon met een goede grillborstel. Als je die niet hebt, kun je ook een prop aluminiumfolie gebruiken. Wrijf het rooster na het schoonmaakwerk in met (olijf)olie. Zo voorkom je dat het rooster gaat roesten.



Menu onder