Snel naar
Inhoud

Roken moet mogen

Ooit waren er geen diepvrieskasten en vriezers. In die tijd zijn veel alternatieve methoden toegepast om voeding goed te conserveren. Denk aan pekelen, drogen en bijvoorbeeld roken.

De mensen roken al duizenden jaren. Het was na het drogen van het voedsel de tweede vorm van conserveren. En wat zo mooi is: uit die bittere noodzaak om voeding te beschermen tegen bederf zijn veel smaakmakende Nederlandse producten ontstaan die nog steeds uniek zijn in de wereld. Denk aan zuurkool (pekelen), maatjes haring (pekelen) en rookworst (roken).

Met de winterkou buiten krijgt iedereen weer zin in stevige stamppotten met spekjes en een lekker stukje rookworst. Waar komt die rookworst vandaan? En wat zit er in? ‘Proef...’ zocht het uit en doet verslag.

Rookworst wordt gemaakt van fi jn gemalen vlees met specerijen en zout. Verreweg de meeste rookworsten worden gemaakt van varkensvlees, rundvlees of een combinatie van beiden. De worsten die je bij je Keurslager koopt worden nog écht gerookt. Het vleesmengsel wordt in de meeste gevallen in een natuurdarm gestopt. De ambachtelijke worsten worden eerst even aangedroogd en daarna gerookt in een speciale rookkast. De rook zorgt niet alleen voor het conserveren, maar geeft de worst ook de specifieke smaak. Sommige slagers koken de worst nu nog even voor, andere laten het koken helemaal aan de kok thuis over.

De rookworst die je vers bij de slager koopt maak je gaar door hem in koud water op te zetten en ongeveer 20 tot 25 minuten te wellen (garen) in net niet kokend water. Laat het water écht niet teveel borrelen, want dan knapt het velletje van de worst en lopen de sappen er uit. En denk er om: rookworst moet ook rusten. Als we de worst even rustig laten liggen onder folie kunnen de vleessappen zich verspreiden. Dat komt de smaak van de worst zeker ten goede.

Terug



Menu onder