Ambachtelijk bereide rookworst
Nederlanders houden van rookworsten; de gemiddelde Nederlander eet er maar liefst zes per jaar. Rookworst wordt gegeten bij stamppotten, ovenschotels en soepen, maar natuurlijk ook op de boterham en als hapje. Wij durven wel te zeggen dat u voor ambachtelijk bereide rookworsten écht bij de Keurslager moet zijn.
Roken moet mogen...
Ooit waren er geen diepvrieskasten en vriezers. In die tijd zijn veel alternatieve methoden toegepast om voeding goed te conserveren. Denk aan pekelen, drogen en roken.
De mensen roken al duizenden jaren. Het was, na het drogen van het voedsel, de meest gebruikte vorm van conserveren. Uit de bittere noodzaak om voeding te beschermen tegen bederf zijn veel smaakmakende Nederlandse producten ontstaan die nog steeds uniek zijn in de wereld, zoals zuurkool (pekelen), maatjes haring (pekelen) en rookworst (roken).
Op koude en gure dagen krijgt iedereen weer zin in stevige stamppotten met spekjes en een lekker stukje rookworst. Waar komt die rookworst vandaan? En wat zit er in? Rookworst wordt gemaakt van fijn gemalen vlees met specerijen en zout. Verreweg de meeste rookworsten worden gemaakt van varkensvlees, rundvlees of een combinatie van beiden. De worsten die je bij je Keurslager koopt worden nog écht gerookt. Het vleesmengsel wordt in de meeste gevallen in een natuurdarm gestopt. De ambachtelijke worsten worden eerst even aangedroogd en daarna gerookt in een speciale rookkast. De rook zorgt niet alleen voor het conserveren, maar geeft de worst ook de specifieke smaak. Sommige slagers koken de worst nu nog even voor, andere laten het koken helemaal aan de kok thuis over.